Het Magische Bellenbos

Ver weg, in een magisch bos, staat een prachtige eikenboom.
Deze eikenboom is al honderden jaren oud en staat precies in het midden van het grote bellenbos.
Op een zonnige lentedag was Ellie de eekhoorn vrolijk rond de boom aan het rondrennen toen plots Max de egel van achter de boom kwam. Max de egel zat luid te lachen. “HAHAHA!”

“Hé, waarom moet jij zo lachen?” vroeg Ellie de eekhoorn. “Wel” zei Max de egel, “Ik kwam daarnet voorbij het hol van Roos de vos. Je gelooft nooit wat ik daar zag…”

“Vertel het me dan”, zei Ellie.

“Wel, Roos de vos was aan het praten met een steen. Ik ben wel heel erg benieuwd. Wie praat er nu tegen een steen? Die steen kan toch niet antwoorden. Is Roos de vos een beetje gek geworden misschien? Gaan we samen op onderzoek? Kom we zijn weg.” Daar gingen ze op weg naar het hol. “Ssst, stil! Roos mag ons niet horen.”


Terwijl ze wandelden, verscheen de maan aan de hemel en werd het donker in het bos. Plots zagen Max en Ellie ‘iets’ naderen met gloeiende ogen. Gelukkig was het hun vriendin, Fiona, het konijn.

Die was op weg naar haar holletje en had twee lichtjes mee om beter te kunnen zien. Ze nodigde Max en Ellie uit om bij haar te overnachten.

Daar hadden Max en Ellie eigenlijk geen zin in want ze wilden absoluut verder op zoek gaan naar Roos de vos. Daarom vroegen ze aan Fiona om met hen mee te gaan; zij had trouwens twee lichtjes waardoor ze beter konden zien. En bovendien waren ze nu met drie en al veel minder bang. Dapper gingen onze drie helden op stap door het donkere bos. Plost merkte Fiona dat de lichtjes verzwakten en niet lang nadien gingen beide lichtjes uit. Daar stonden ze dan, midden in het donkere bos, zonder licht! Als dat maar goed kwam… “Sssstttt”, zei Max, “horen jullie dat ook?”

Muisstil en een beetje bang stapten ze stil verder door het struikgewas. Stop! Daar was het geluid opnieuw… Boven hun hoofd! “Wat komen jullie hier doen?” Het was de oude wijze uil, aan het genieten van zijn nachtelijke maaltijd. “Waarom komen jullie de rust verstoren in het holst van de nacht?” “Wij zijn op zoek naar Roos de vos.”

“Weet jij waar ze is?”
“Aha! Toevallig heb ik haar net gezien.”
“WAAR?? Vertel op!”, zei Ellie de eekhoorn!
“Daarvoor zullen jullie mee eerst iets moeten geven! Wat dachten jullie van de Gouden Bellenkrans?”
“MAAR….”, stamelde het trio, “die ligt in het hol van Wolfy de wolf!”

“Het hol van Wolfy de wolf? Daar kunnen wij niet naartoe!” roepen ze door elkaar. Het hol van de wolf ligt aan de andere kant van het bos, daarvoor moeten we over de berg, door de rivier, over hoge rotsen en langs een weg met doorns! Dit zien het konijn, de eekhoorn en de egel niet zitten. Trouwens, ze geven ook toe dat ze bang zijn van de wolf. De uil begint te lachen en roept: “Wat zijn jullie een stelletje bangeriken!!” “Durf jij het dan wel?”, vraagt het konijn Fiona.

“Natuurlijk durf ik dat”, zegt de uil. “Maar nu heb ik geen tijd, ik moet verder op jacht. Veel succes!” De drie vrienden blijven verward achter. “Wat is dat, die Gouden Bellenkrans?”, vraagt Max. “Wel”, zegt Fiona, “wie de Gouden Bellenkrans heeft, krijgt bijzondere toverkrachten!”
“Misschien moeten we toch op zoek naar Wolfy, ik ben zo nieuwsgierig naar die Gouden Bellenkrans”, zegt Ellie.
En daar gaan de drie vrienden. Over de berg, door de rivier en over de hoge rotsen. Aan de weg met doorns stoppen ze even om te rusten.

“Genoeg gerust”, zegt Max. “We gaan weer door.” Ze vervolgen de weg met doorns. Plotseling schreeuwt Fiona het uit van de pijn. Een doorn zit heel diep in haar poot en bloedt hevig. Max en Ellie maken met wat bladeren een verband voor de wonde. Strompelend gaan ze verder. In de verte zien ze het aangstaanjagende hol van Wolfy de wolf. Bang gaan onze vrienden verder. Stilletjes stoppen ze aan het hol. Ze sluipen zacthjes langs het open raam naar binnen. Ze hebben echter niet door dat ze achtervolgd worden door…

“GRRR, grrr …. wat zijn die van plan?” gromde Wolfy. Daar wou hij het fijne van weten. Hij sloop geluidloos tot het open raam en gluurde naar binnen. Max, Fiona en Ellie doorzochten zijn hele hol. Voorzichtig opende Ellie een klein, houten deurtje en…. PLOTS vulde een machisch licht het hele hol.

Achter het deurtje lag de Gouden Bellenkrans

De drie vrienden begonnen te juichen en te springen, zo blij waren ze met wat ze gevonden hadden. Wolfy de wolf daarentegen werd zo woest, dat hij het uitbrulde van woede.
“Awoe, awoe… .” Hij stormde zijn hol binnen en probeerde uit alle macht de krans te pakken. De drie vrienden vluchtten alle kanten op. Gelukkig kon Max net op tijd de krans te pakken krijgen. En toen gebeurde er iets heel bijzonder…

“OEF, net op tijd ontsnapt!” “Ren voor je leven!!”
Ze lopen zo snel ze kunnen. Het zweet breekt Max uit en hij moet plots stoppen. “Wacht!”, roept hij naar de anderen. Iedereen kijkt opgeschrikt naar Max. Wat nu? De wolf komt dichterbij, maar Max begint plots dikker en dikker te worden en zijn stekels vormen reusachtige schietpijlen.
Een gouden wolk hangt rond Max en zijn stekels schieten “ZOEF” in het rond. Als dit maar goed komt. Iedereen staat met open mond te kijken hoe ze richting wolf vliegen. In zijn poep, poten, rug en ….. Hij brult van de pijn en verdwijnt in het niets. Een gouden wolk blijft achter.

“Wat gebeurt er nu?”, vraagt Ellie.
De gouden wolk verandert in een gouden tapijt. Fiona rent er naartoe en roept tegen Ellie en Max: “Kom, we springen er op!” “Ben je gek?!”, antwoordt Max. “Dat ding is niet te vertrouwen! Straks vallen we er nog af!” Daar heeft Fiona geen oren naar en ze kruipt met haar ene poot al op het tapijt. Ellie en Max trekken aan haar andere poten om haar tegen te houden. Zo ontstaat er een schermutseling, tijdens dit kleine gevecht belanden ze per ongeluk allemaal op het tapijt. Nog voor ze hun stevig kunnen vastgrijpen, begint het tapijt te bewegen en vliegt het vliegensvlug weg. Daar vliegen ze dan, hoog in de lucht, tot ze plots aan de boom van uil zijn….
De uil kijkt het trio op het vliegend tapijt verbaasd aan. Boven het tapijt zweeft een gouden wolk. Max de egel draagt de Gouden Bellenkrans over zijn stekels. Max roept: “Dag uil, we brengen jou de Gouden Bellenkrans.” De uil neemt de krans in zijn vleugels en de wolk begint te groeien. De dikke gouden wolk, zweeft hoog boven de boom. Honderden gouden regendruppels vallen over de kruin van de boom. Alles verandert in goud. De boom begint te praten. “Luister goed! Ik kan jullie het geheim van de pratende steen vertellen. Ooit was de pratende steen een kip. Paulette de kip is de beste vriend van Roos de vos. Dit was tegen de zin van Wolfy de wolf. Daarom betoverde hij Paulette met zijn bellenkrans in een koude steen.”

De boom spreekt opnieuw. “Vlieg zo snel als je kan naar het hol van Roos de vos. Gebruik de bellenkrans om de vloek te verbreken. Breng Roos en Paulette veilig naar hier.”

Ze slagen in hun opdracht en keren met het tapijt terug naar de gouden boom. Daar aangekomen, begint het tapijt te schudden en te beven. Alle dieren vallen pardoes op het mos. En dan gebeurt er iets wonderlijks. Het tapijt groeit en groeit en verandert in een lange tafel vol met heerlijke taartjes en koekjes en tientallen stoelen met fluwelen kussens. Ze nodigen alle vrienden van het Bellenbos uit en het wordt een geweldig feest!

EINDE

Dit verhaal werd geschreven door de leerlingen van de derde kleuterklas tot en met het zesde leerjaar naar aanleiding van de boekenmaand.